Nationale Spoorwegen

De NS (Nederlandse Spoorwegen) kondigt aan dat er binnenkort minder treinen gaan rijden. Er schijnen 500 machinisten te kort te zijn. Waarschijnlijk worden de kaartjes ook duurder. Maar – hoezee! – de benzineprijs gaat omlaag, en ook de diesel wordt goedkoper. Dat kost het rijk (ons dus) een aardige duit, maar dan heb je ook wat. Kan je gewoon je autootje blijven rijden, en hoef je niet op een tochtig station te wachten op een overvolle trein die eeuwig vertraagd is zodat je elke aansluiting mist. Je zóu natuurlijk ook, in plaats van dat autorijden te blijven stimuleren, goed openbaar vervoer kunnen organiseren, samen met de NS (Nationále Spoorwegen): meer treinen, goede dienstregeling, enthousiasmerende arbeidsvoorwaarden en serieus goedkoper dan de auto. Bespaar je op vervuilende fossiele brandstof, heb je blije werknemers, en de ‘mensen voelen het minder in de portemonnee’. En van die drie vooral de laatste…
Bussen terug op het platteland waar geen stationnetjes zijn – beter nog: rails verlengen, station aanleggen, elk gehucht een spoor en een halte, elke uithoek bereikbaar met het OV (Ons Vervoer). Moet toch kunnen, lijkt me, en we hebben de Russen én de Arabieren ermee. Maar nee, we tuffen liever in ons ouwe Fordje of Toyotaatje van file naar file, want dat is ons verworven recht. We slempen lui en gemakzuchtig, onze centen tellend, richting afgrond, en, balancerend aan de rand van de klif, piepen we met onze laatste adem: ‘we moeten aan de toekomst denken, voor onze kinderen’.

Ik ga maar eens serieus nadenken over de aanschaf van een auto. Meedansend op de vulkaan ontsnappen aan de benauwdheid om mij heen en in mijzelf.

Er blijkt in Nederland best nog plek

Er blijkt in Neerland best nog plek

voor mensen verjaagd van hun stek
door oorlog, hardvochtigheid en geweld
voor kinderen die zijn uitgeteld
voor moeders door soldaten verdreven
voor mannen die niet zijn achtergebleven

Kijk maar naar de Oekrainers
de Oekrainers zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Aan Irakezen hebben we lak
Afghanen negeren we met groot gemak
en Syriërs, ach Syrië daar zeggen we maar niks meer van
zoals we ook zwijgen over Myanmar, Yemen of een ander Verweggistan

En in Ter Apel lopen we niet te hard van stapel,
in ons veilige land lig je gewoon buiten
en naar mededogen of erkenning kan je fluiten

In de rest van ’t land houdt compassie ook geen stand
we hebben liever een datablokkendoos dan een opvanglocatie
en als je anders beweert ben je uit de volkse gratie
en uit de gratie is erg want dat kost je de macht
PVV gedachtegoed gemeengoed, wie had dat nou ooit gedacht

Behalve dan als het gaat om Oekrainers
want dat zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Die lijken op ons

Het geluk is ver te zoeken

Nederland is gewoon nog veel te aantrekkelijk voor asielzoekers, en dat heeft een aanzuigende werking. Maatregelen zijn noodzakelijk, want wij schamen ons wel voor de ontstane situatie. Aldus de minister-president en zijn kabinet. (Wij schamen ons is het nieuwe sorry). Er komt derhalve een voorlopige stop op gezinshereniging, want bijvoorbeeld Syriërs sturen hun kinderen vooruit, om dan zelf na te kunnen reizen. Dat nareizen mag vanaf nu pas als er een huis beschikbaar is. Daartoe worden sociale huurwoningen – voor zover die niet verkocht zijn – ter beschikking gesteld. En flexwoningen gebouwd. Wat, waar en hoe komt nog niet zo uit de verf. (Ze mogen dus wel komen, zegt de verantwoordelijke bewindsman, alleen wat later).
Meer grenswachters, want dat is een heel goede manier om de mensensmokkel te beperken, en daarmee dam je de asielstroom in. (Mooi meegenomen ook voor extreemrechts, want eigen grenzen met bewakers in strakke uniformen, daar dromen ze van). En onwillige gemeentes niet meer dwingen om in leegstaande panden vluchtelingen, asielzoekers, gelukzoekers, veiligelanders of op andere wijze aangespoelde mensen op te vangen. Overlastgevers – je weet wel, van die groepjes kansloze profiteurs die van azc naar azc zwerven – als ze niet illegaal in de kassen tomaten aan het plukken zijn – en die maar niet naar hun belabberd arme en ellendige thuis terug willen – moeten versneld kunnen worden weggewerkt.
Ziehier de oplossingen – zeg maar lapmiddelen, want het probleem is ‘structureel’- voor een vakkundig, bewust en expres gecreëerde crisis.
Ergens zei iemand: als je oorlog of zo ontvlucht bent, is buiten slapen toch niet zo erg. Of: als buiten slapen zo erg is, valt het daar waar ze vandaan komen wel mee. En: een dode baby, ja, dan heb ik zoiets van: je gaat toch zelf op reis met zo’n klein kind…
Onder aanvoering van personen-wiens-namen-niet-genoemd-mogen-worden en hun handlangers zwalkt een groot deel van ons weldoorvoedde, van verre vliegvakanties en/of luxe staycations uitgerustte, op terrasjes bijtankende, nog snel even een feestoutfit scorende, over de hoge energieprijzen en dat dan de airo soms niet aan kan dreutelende, koopkrachtcompensatie eisende, empathieloze, steeds egocentrischer wordende volkje richting de rand van de (morele) afgrond.
Lees, als je dat nog niet deed, het buitengewoon goede boek van Linda Polman:
‘Niemand wil ze hebben. Europa en zijn vluchtelingen’. Dat boek geeft je inzicht in het waarom van deze ‘crisis’. Inzicht om je verdriet op te laten steunen.

https://www.uitgeverijjurgenmaas.nl/product/niemand-wil-ze-hebben-europa-en-zijn-vluchtelingen/

Albergen, gemeente Tubbergen

En ik maar denken dat de dorpen zo te lijden hebben onder leegloop, sluitende scholen, noodlijdende voorzieningen, voetbalteams van zes jochies (m/v/o) vanwege gebrek aan spelertjes, failliete winkels en nergens een agent te bekennen…
En dan krijg je d’r als dorp dan in één klap een half dorp bij, mensen in de bloei van hun leven, gemotiveerd ook, doorzetters … is het wéér niet goed … te veel mensen, heet het dan. Maar eigenlijk is het natuurlijk: te-veel-niet-ons-soort-mensen. De garens die rechts hierbij spint, beetje geholpen door jojo Pieter O[mtzigt] … de ruwe wolhandelaren kunnen de vraag niet aan!

(Vanwege de crisis in de vluchtelingenopvang en de onwil van Nederlandse gemeenten om opvangplekken ter beschikking te stellen voor de al weken bij het azc in ter Apel buiten bivakkerende mensen, besloot de regering in te grijpen en een leegstaand hotel in Albergen aan te wijzen als opvanglocatie. Dat vonden de dorpelingen niet ‘gezellig’, de dorpelingen – daarbij gesteund door hun burgemeester – wilden geen andersgekleurde medemensen in het leegstaande hotel, want dan zou hun comfortabele leefruimte onherstelbaar van kleur verschieten, en dan ook nog die overlast, al die rondhangende mensen, en die etensluchtjes…)

Boeren en meerkoeten

Op de weg naar de grote stad vanuit Brabant reden we onder een viaduct door waar een paar mannen met beginnende buikjes en dito kaalhoofdigheid uit solidariteit met de tegen de stikstofplannen van de regering protesterende boeren een spandoek hadden opgehangen. Er stond ‘NOS = fakenews’ op. Ernaast klapperde een op zijn kop aan de beschermende railing vastgemaakte rood-wit-blauwe vlag boven een kleiner doekje met iets erop als ‘geen boer, geen voer’, ‘lang leve Caroline [van der PLas] en Joost [Eerdmans]’, ‘stikstof bestaat niet’, ‘dood aan het cda’, of iets van gelijke strekking. We konden het niet zogoed lezen, de wind ribbelde het nog half loshangende doek, en we reden hard. Daarna vielen de trekkers met het wapperende blauw-wit-rood en de korte statements in de wei langs de weg extra op. Het waren er zoveel dat er zowat geen koe meer bij kon. Wij verstedelijkte en verweekte vertegenwoordigers van het onbegrip over wat er gaande is op het platteland schudden onze elitair-intellectuele sociaal democratische hoofden en vroegen ons, vrij naar Bloem, af wat natuur nog is in dit land…
Thuisgekomen spoedden we ons naar de gracht met het nest van familie Koet. De familie Koet, bestaande uit pa, ma en eerst vijf, maar al snel nog maar vier kuikens, volgens we op de voet. Gebogen over de brug zagen we hoe ma Koet een van haar kinders de les las: de kleine mocht het nest niet op, ma joeg het weg en duwde het met kracht onder water. Tot twee keer toe. Ze was echt boos. Kleine Koet drukte zich bedremmeld tegen de stenen kade, en bleef op veilige afstand van het nest wachten tot het door ma weer werd gedoogd. Wij verbaasden ons over de harde opvoedsnavel van ma Koet. Maar ja, de natuur heeft nou eenmaal geen moreel geweten. Natuur is puur.

Een vroege Christmas carol

Voilà: een ‘stel je voor er komt oorlog en niemand gaat er naar toe’ idee: stel dat iedereen het bedrag dat hij of zij gaat spenderen aan het komende kerstdiner, weg geeft – let wel, het volle pond, zonder smokkel – en van het bedrag dat omwille van ‘vrede op aarde en in de mensen een welbehagen’ zou zijn geschonken aan een of ander goed doel, zelf eenvoudig doch voedzaam kerstdineert.

Want laten we wel zijn: van zo’n opgefokt kerstdiner zit iedereen vooral onaangenaam vol, en het ter tafel aangeschoven gezelschap houdt meestal ook niet over (denk die oom die na elk glas wijn rechtser ratelt, dat koket babbelende FvD nichtje en die tuttebel van een schoonzus, pfff); en aan hongerige, verarmde stad- en landgenoten geen gebrek.
Toegegeven, het is minder lief en naïef als die over oorlog – ik herinner me een zoete poster van een klein meisje met een emmertje op iets zanderigs -, maar het idee is eenvoudiger uitvoerbaar: je hebt het namelijk zelf in de hand, als je maar wilt.

Elk jaar, als de Sinterklaaskoophausse nog maar net voorbij is, begint elke kleinhandelaar en grootgrutter hier ten lande uit te pakken met allerlei overheerlijks in kerstsfeer. Dit jaar wordt er zelfs onomwonden gepleit voor een hele maand lang feest, want december is ‘gezellig’ en waarom die knusse tijd beperken tot twee dagen, als je de hele maand kan smikkelen en smullen? Genieten!
Tegelijk stoffen we ons gevoel voor de medemens af, want in de ‘donkere dagen’ dienen we onze compassie en onze empathie de vrije loop te laten, aangewakkerd door het kindeke Jezus in het kribje in ’t strooi. (‘het hagelt en tsneeuwde en twas er zo koud…’).
We stromen over van meelij met de minderbedeelden….

Laat ons ont-Scroogen.
Laten we niet wachten tot we onder die boom zitten. Laat vrijgevigheid niet afhangen van ‘Christmas passed’ of ‘Christmas yet to come’; zodat we niet pas nadat we in een aan ons geestesoog voorbijtrekkend filmpje hebben gezien hoe ellendig de toekomst kan zijn als we niet delen, die vette kalkoen bij Tiny Tim laten bezorgen.
Ik vind het best als het uit verlicht eigenbelang is, maar geef eens echt iets weg, iets wat je voelt, iets wat je mist.
Bijvoorbeeld aan de ‘Sociale Kruidenier’, waar mensen onder het bestaansminimum boodschappen zoals koffie, olie, shampoo of wasmiddel voor sterk gereduceerde prijzen kunnen kopen, zodat er ook voor voedselbankpakketontvangers nog eens wat te kiezen valt (http://www.socialekruidenier.nl/donaties); of aan één van de vele organisaties – er is er altijd één bij u in de buurt – die er met de feestdagen voor zorgen dat dak- en thuislozen eens wat anders in de buik krijgen dan soep. Of geef gewoon een AH kerstdinerbox, of een box van een andere grutter, aan iemand waarvan je weet dat het een feestelijke afwisseling is voor een dieet van brood-met-pindakaas en peperkoek, omdat dat zo goed vult. (Bestellen online mogelijk, dus anoniem laten bezorgen kan).

En als je dan toch gehecht bent aan je gerookte eendenpaté met portglazuur, geconfijte kwarteleitjes en vijgen-truffelmousse op een bedje van veldsla en jonge andijvie, dan durf ik wel te stellen dat je, wanneer je dat serveert, als voorgerechtje, je meer dan genoeg hebt om het financiële equivalent van die buitenissigheid weg te schenken. Desnoods eet je dan als hoofdgerecht gewoon lekker boerenkool.


(foto: de familie Cratchit aan het kerstdiner)

Wijk bij Duurstede

Op een stralende dag in de grote kerk van Wijk bij Duurstede, waar een boekentaxateur aan een tafel oude boeken beoordeelde, bepaalde wat ze waard zouden kunnen zijn, en ze, indien aankopenswaardig, aankocht. (Altijd vrolijkstemmend als een kerk wordt opengesteld voor zakelijke transacties); waar een Harrison & Harrison orgel, afkomstig uit de gesloten St Peter’s Church in Bishop Auckland (Durham) en naar Nederland gehaald om in oude luister te worden hersteld, nu nog deels in een restauratieatelier, en deels als pijpen en houtstaketsels in de kerk ligt te wachten tot het weer bespeeld kan worden; waar het grote orgel uit 1557 stamt, maar ouder kan zijn omdat in de rekeningen van het Sacramentsgilde uit 1468 al sprake is van een organist (volgens de website van de kerk) en waar de aardige koster ons naar boven liet klimmen om de prachtige kast rond de orgelpijpen van dichtbij te kunnen bewonderen.
Zacht nazomerlicht scheen er door kleine glazen ruitjes – niet gebrandschilderd of glas in lood want deze kerk is strak en gereformeerd en heel wit op een paar schilderijen, een minder goed gelukt modern wandkleed en een door vocht gemaakt ornament na. Vanaf de zitplaats van de organist was het uitzicht en vooral dat licht contemplatie opwekkend.

‘Goed volk’

De dag is nog niet eens echt begonnen als ik lees dat Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD, gisteren op het congres van zijn partij een speech heeft gehouden. Dijkhoff, die er toch een beetje uitziet als een moderne parodie van een 19de eeuwse liberaal, en die een mudzak goodwill heeft vergaard door ooit het spelletje ‘de Slimste Mens’ te winnen, speechte dat de bijstandsuitkering wat hem betreft best omlaag kan. Uitkeringstrekkers zouden zich er meer van bewust moeten zijn dat hun uitkering opgebracht wordt door de hard werkende, belastingbetalende Nederlander. En dat ze er dus best iets voor terug kunnen doen. Dan worden ze weer ‘goed volk’, volk dat de Nederlandse waarden onderschrijft en zich nuttig maakt.

Vluchtelingen, zo oreert Dijkhoff in dezelfde voordracht, mogen hier verblijven om op adem te komen, maar ze moeten niet gaan denken dat ze zomaar permanent kunnen worden toegelaten. Na een aantal jaren ademhappen, moeten ze het veld ruimen voor anderen.

Terwijl ik met mijn hond door het park wandel probeer ik van de schrik te bekomen. Ik hoop op fake news, maar bij thuiskomt worden de berichten bevestigd en alle hoop de bodem in geslagen.

Bij een kop koffie neem ik de verdere Nieuwzen van de Dag: Bas Heijne stopt met zijn column. Eeuwig zonde, zijn stukjes zijn een helder houvast in deze duistere tijden. [Mijn buren zijn inmiddels wakker en plegen met hun geluidsoffensief een aanslag op mijn tolerantie. Gelukkig is het deze ochtend iets dat lijkt op opera in plaats van het gebruikelijke gedreun en gedram van techno, hiphop, rap of een zenuwslopende beat uit een doosje.]

Mijn humeur wordt beter wanneer ik lees dat Pegida in Utrecht geen varkens mag roosteren voor moskeeën tijdens de ramadan, en ondanks mijzelf verbaas ik me toch weer over het gegeven dat er dus mensen bestaan die het roosteren van varkens voor moskeeën tijdens de ramadan een goed idee vinden. Als toetje neem ik een interview met de gevallen engel Anne Fleur tot me, die van links activistische dappere jongedame nu een thuiszittend slachtoffer is van de te grote druk die op haar is uitgeoefend door zowel rechts als links, en die het nodig vindt te melden dat ze troost zocht en vond bij een aanhanger van het Forum voor Democratie met wie ze in de liefde is gevallen. Hetzelfde Forum voor Democratie dat de aanstichter was van alle ellende die haar de hals heeft gebroken. Met foto’s die getuigen van haar gekweldheid. Stockholmsyndroom? Ik had haar, als ik had mogen kiezen, deze keer toch echt beschermd. Tegen zichzelf, en tegen de rest.

Ploumen bij Jinek

Lilianne Ploumen zat maandagavond bij Eva Jinek aan tafel. Ze was in Bangladesh geweest, waar zo’n 650.000 Rohingya vluchtelingen opeengepakt zitten in onhoudbare omstandigheden. Wat ze gezien en gehoord had was verschrikkelijk: vermoorde baby’s, opgejaagde bejaarden, groepsverkrachting. Mensonterend.

Sinds eind augustus vorig jaar een groep militante Rohingya grensposten aanvielen, voert het leger van Myanmar een ‘schoonmaakactie’ uit, geholpen door burgermilities en gesteund door ultra-nationalistische boeddhistische monniken die beweren dat er in Myanmar geen plaats is voor moslims. De wereld reageert met verbijstering en woede; woede die zich vooral richt op Aung San Suu Kyi, die de Rohingya niet beschermt, en door haar hardnekkig zwijgen meehelpt aan hun uitstoting.
Ook Lilianne Ploumen is ontsteld: Rohingya vertelden haar dat ze bang zijn voor boeddhistische monniken, en dat boeddhisten dus helemaal niet vredelievend zijn, zoals wij in Nederland allemaal denken. Dat de boeddhisten in Myanmar streven naar een ‘zuivere’ staat en dat daarin geen plaats is voor moslims en andere minderheden. Volgens Ploumen willen wij graag op boeddhisten lijken, maar, zo houdt ze ons voor, op Birmese boeddhisten wil je echt niet lijken!
Het naïeve vooroordeel dat boeddhisten vredelievend zijn koppelen aan de suggestie van ontaardheid van Birmese boeddhisten is op zijn zachts gezegd ongenuanceerd. Ja, er zijn ultra-nationalistische monniken in Myanmar die haat zaaien tegen moslims. Ja, er zijn boeddhisten betrokken bij milities die de Rohingya verdrijven en hun dorpen in brand steken. Maar om alle boeddhisten in Myanmar te betichten van concrete steun voor geweld tegen Rohingya is een valse voorstelling van zaken. Bovendien is het ‘framen’ van de complexe situatie in Myanmar als een religieus conflict weinig constructief.

Niet alleen de Birmese boeddhisten voldoen niet aan Ploumen’s verwachtingen, ze is ook zwaar teleurgesteld in Aung San Suu Kyi. Analisten mogen dan beweren dat niet Aung San Suu Kyi, maar het leger de werkelijke macht in Myanmar in handen heeft, of dat ‘de Dame’ nu zwijgt om straks sterker terug te komen, maar dat gelooft de voormalige minister niet zo. Ze vindt dat Aung San Suu Kyi haar mond open moet doen en tegen de Rohingya moet zeggen: ‘beste mensen, jullie wonen hier al zo lang, jullie horen bij ons’.
Die kinderlijke voorstelling van zaken gaat voorbij aan de reële verhoudingen in Myanmar, waar de rol van het leger vast verankerd is in de grondwet en de dagelijkse politiek, het vredesproces met de rebellengroepen moeizaam voortploetert en de nieuwe burgerregering het politieke handwerk nog niet goed in de vingers heeft. Natuurlijk zou Aung San Suu Kyi vanuit haar morele leiderschap een principiëler positie kunnen (of moeten) innemen en de mensenrechten van alle inwoners van Myanmar moeten verdedigen, maar voorwenden dat als Suu Kyi maar zou roepen dat de Rohingya terug mogen komen alle problemen als vanzelf verdwijnen is simplistisch.

De ontzetting van Ploumen over de wandaden van het leger tegen de Rohingya lijkt oprecht, net als haar teleurstelling in Aung San Suu Kyi. Haar bewering dat ze, toen ze Aung San Suu Kyi in 2013 ontmoette, over de Rohingya is begonnen maar toen al geen sjoege kreeg, komt een stuk minder oprecht over.
In 2013 stond Aung San Suu Kyi ook internationaal nog stevig op het schild als leider van de democratische oppositie. De transitie was nog jong, en de eerste hervormingen onder leiding van een semi-civiele regering brachten minder censuur en meer vrijheden. Ploumen bezocht Myanmar toen als minister van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, met in haar kielzog een delegatie van Nederlandse bedrijven die een bloeiende democratische toekomst voor Myanmar zagen; zij gingen met hun investeringen en technische ondersteuning de economie en daarmee de democratie vooruit helpen. Mensenrechten waren daarbij wel belangrijk, maar geen speerpunt. In een situatie van omwenteling moet men ook vergissingen door de vingers kunnen zien. Dat de economie stevig in handen was, en nog steeds is, van het leger of aan het leger gelieerde bedrijven zette geen rem op de investeringsdrift. Ploumen opende een handelskantoor, handelsmissies werden gefaciliteerd en ontwikkelingssamenwerking werd gekoppeld aan het belang van het Nederlandse bedrijfsleven.
Het beleid van de Nederlandse regering, uitgevoerd door Ploumen, heeft schendingen van mensenrechten, en daarmee ook de vervolging van Rohingya, ten gunste van samenwerking en Nederlandse belangen door de vingers willen zien. Nu de crisis in Rakhine en de kampen in Bangladesh zo overweldigend groot zijn geworden, zou het verstandig zijn om samen met progressieve Birmezen naar een oplossing te zoeken, in plaats van te blijven steken in teleurstelling en verontwaardiging. Myanmar worstelt zich na decennia van dictatuur en burgeroorlog naar een meer democratische structuur. Dat moeizame proces ondersteunen zou de terugkeer van de Rohingya naar een menswaardig bestaan kunnen bespoedigen.

(ook gepubliceerd op Joop.nl)

De Nederlandse identiteit

Het lijkt wel of er in deze verkiezingscampagne een Nieuw Ethisch Reveil over ons uitgestort wordt, met joods-christelijke waarden als wapens in een strijd op leven en dood en met het behoud van onze Nederlandse identiteit als inzet. We bewijzen lippendienst aan de Verlichting, maar hanteren het joods-christelijke gedachtengoed als enige bron van echte waarden; een schild tegen de opdringerige concurrentie van koran en islam. En dat alles onder de fier wapperende vlag van de vrijheid van meningsuiting. Maar wat zijn nou eigenlijk de bouwstenen van onze identiteit?
Zwarte Piet? Kerstbomen op alle scholen? Paaseieren in een HEMA folder? Klokgelui op zondag en verbod op minaretten? Hard werken als basis voor bestaansrecht? Alles mogen roepen, maakt niet uit of het waar is? Respect voor onze driekleur en trots op ons koningshuis?
Andere ideeën? Dan zwaaien we je eensgezind uit.

Als je alleen maar zou luisteren naar wat er zoal te berde wordt gebracht deze campagne, zou je zomaar kunnen gaan denken dat onze Nederlandse identiteit gestoeld is op hypocrisie en rancune.
Rancune tegen mensen die –tijdelijk- buiten de boot vallen en een uitkering nodig hebben, want die profiteren gewetenloos van de hardwerkende Nederlander. Dus: papierprikken, en verder dankbaar zijn dat er überhaupt nog een vangnet is. Rancune tegen ontwikkelingslanden die wel hun bedelnap ophouden, maar hun markten niet grootmoedig opengooien voor onze bedrijven. Afschaffen die hulp, alleen handel helpt. Rancune tegen mensen die hier asiel of geluk zoeken, maar die hun eigen identiteit niet zomaar willen inwisselen tegen die van ons. Afknijpen, integreren, aanpassen, en als het je niet bevalt: dan rot je toch lekker op. Wit tegen zwart en vice versa, machomannen die niet van vrouwen die tegenspreken houden, de ‘verkleuring’ van onze maatschappij, zakkenvullers en raddraaiers. De rancune heeft vele gezichten.
En die joods-christelijke waarden? Zien we die terug in de lekke tentenkampen aan de stranden van de Middellandse zee? Tussen het prikkeldraad van de inderhaast opgetrokken hekwerken om de tsunami van medemensen aan onze buitengrenzen tegen te houden? In onze reactie op oorlogen die wij voeren maar die ver buiten onze grenzen woeden? In de vrije markt waarvan vooral wij profiteren ten koste van rechtvaardig delen met landen die zich uit dictatuur en achterstand proberen op te stoten? In de ongedouchte bejaarde die zonder dagbesteding maar met een volle luier zit? In de kinderen die met een lege maag in de schoolbanken hangen?
Waarin wordt de naastenliefde weerspiegeld? Waar is die andere wang? Waar is het ‘wie een mens redt, red de hele mensheid’, het eert uw vader en uw moeder; het breken en delen van het beschikbare brood?
Misschien hebben we een religie-loos, voor iedereen begrijpelijk uitgangspunt nodig: geen woorden maar daden. Dat zou een hoop hypocriet gebabbel schelen.

(ook gepubliceerd op Joop.nl)