Droombeelden

Er waaien vreemde draden door mijn dromen, zo zat ik met een beroemde schrijver waar ik geen fan van ben aan een bar om daarna met een verlegen verhalenverteller – waar ik wel een fan van ben maar die je je niet in wat voor disco dan ook kunt voorstellen – te gaan dansen in een disco met zo’n spiegelbal aan het plafond en veel rood op de muren. Of ik probeer uit alle macht te voorkomen dat een bakfiets vol kalenders verdwijnt in een hele diepe plas, zo diep dat het meer een sinkhole is. Wat niet lukt, de hele lading verdwijnt met bakfiets en het frele aziatische meisje dat de bakfiets fietst en al in de diepte.
Nooit eens elfjes of feeën die zacht in mijn oor fluisteren dat alles ooit mooi wordt en goed. Of een zelfherstellend Amazonewoud waar het geruis in de takken klinkt als een schaterlach op een zwoele wind. En ook nooit ‘ns mijn vader, met wie ik dan een gesprek voer zoals vroeger, terwijl het hout in de haard knappert en het leven even vol beloften is.

Geen cent teveel

Heerlijk Hollands is het, dat alle problemen die we niet direct in onze portomonnee voelen gewoon weer naar de achtergrond lijken te worden geschoven. Oorzaak? Gevolg? Dat is voor de stuudjes waar het marxistisch gedachtengoed nog in rondwoekert, en context? Context is maar net hoe je het bekijkt. Uiteindelijk is het erger dat je een dikke trui aan moet in je eigen huis, of dat de deuren van de koopgootwinkels klantonvriendelijk dicht moeten om de warmte binnen te houden (dat kan klanten schelen hoor!), dan dat de halve wereld in brand staat en de andere helft onder water.
Rot hoor, die ellende buiten de landsgrenzen, maar daar zijn we niet van. Wij zijn en blijven een volkje dat een in nostalgisch kostuum gehuld blond wichtje met vlechten op het schild van onze nationale identiteit hijsen: ‘geen cent teveel hoor’…

Klatergoud

Een geactualiseerd Gutmensch Scheurkalender sprookje.
Voor Paul C. en T. Ezel

Er was eens een oude hoogleraar die genoeg had van de correctheid. Hij zag zijn land verkommeren onder vreemde invloeden. Hij wilde iets doen, maar wat? Op een dag kwam hij een ezeltje tegen, dat melodieus balkte en zei dat hij gouden keutels kon schijten. De hoogleraar nam de ezel mee naar huis en gaf hem melk en honing. Hij maakte een bedje van stro en het ezeltje mocht blijven slapen.
De volgende ochtend werd de hoogleraar gewekt door enthousiast gebalk. Op het sto lagen gouden keutels. Hij raapte ze op, rook eraan, beet erin, er was geen twijfel mogelijk, zijn ezel scheet puur goud!
Al snel werd het wonderezeltje een beroemdheid. Hij verscheen in talkshows, hij dineerde met belangrijke mensen – versierguru’s, holocaustontkenners, brexiteers, columnschrijvers; en ook het partijkartel, de gevestigde media en de grachtengordelelite konden niet om zijn goudboutende ezel heen. De oude hoogleraar glom van trots; hij had dit mogelijk gemaakt.
Zijn ezel keutelde maar door, de gouden berg werd hoger en hoger, en het duurde niet lang of de oude hoogleraar kon er niet meer overheen kijken.
Toen, op een kwade dag, sloeg de inflatie toe. De ezel had zoveel goud gekakt, dat er verzadiging optrad. De hoogleraar probeerde het tij nog te keren, door een deel van de keutels te begraven, en een ander deel in de sloot te kieperen, maar het kwaad was geschied, het goud kon net zo goed stront zijn. En zo eindigde onze hoogleraar als een omgekeerde Job op een naglimmende mestvaalt. Af en toe kwam hij nog wel buiten, en schoof hij aan bij een door hem ondekte blonde elf om op tv zijn nood te klagen, maar de glans was eraf. En het ezeltje? Dat kreeg zo’n constipatie dat hij uiteenspatte tot een hoop drek, de bling bling van zijn klatergoud verloren onder bloed, slijm en derrie.

Nationale Spoorwegen

De NS (Nederlandse Spoorwegen) kondigt aan dat er binnenkort minder treinen gaan rijden. Er schijnen 500 machinisten te kort te zijn. Waarschijnlijk worden de kaartjes ook duurder. Maar – hoezee! – de benzineprijs gaat omlaag, en ook de diesel wordt goedkoper. Dat kost het rijk (ons dus) een aardige duit, maar dan heb je ook wat. Kan je gewoon je autootje blijven rijden, en hoef je niet op een tochtig station te wachten op een overvolle trein die eeuwig vertraagd is zodat je elke aansluiting mist. Je zóu natuurlijk ook, in plaats van dat autorijden te blijven stimuleren, goed openbaar vervoer kunnen organiseren, samen met de NS (Nationále Spoorwegen): meer treinen, goede dienstregeling, enthousiasmerende arbeidsvoorwaarden en serieus goedkoper dan de auto. Bespaar je op vervuilende fossiele brandstof, heb je blije werknemers, en de ‘mensen voelen het minder in de portemonnee’. En van die drie vooral de laatste…
Bussen terug op het platteland waar geen stationnetjes zijn – beter nog: rails verlengen, station aanleggen, elk gehucht een spoor en een halte, elke uithoek bereikbaar met het OV (Ons Vervoer). Moet toch kunnen, lijkt me, en we hebben de Russen én de Arabieren ermee. Maar nee, we tuffen liever in ons ouwe Fordje of Toyotaatje van file naar file, want dat is ons verworven recht. We slempen lui en gemakzuchtig, onze centen tellend, richting afgrond, en, balancerend aan de rand van de klif, piepen we met onze laatste adem: ‘we moeten aan de toekomst denken, voor onze kinderen’.

Ik ga maar eens serieus nadenken over de aanschaf van een auto. Meedansend op de vulkaan ontsnappen aan de benauwdheid om mij heen en in mijzelf.

Klein geluk

Gisteravond. Het was laat en donker. Het regende pijpestelen en ik was moe. Op Station Sloterdijk reden twee trams aan met ‘geen dienst’ erop. Ook de bus die ik dacht te nemen blinkte ‘geen dienst’ boven de voorruit. Ik liep van bord naar bord, maar nergens werd een nachtbus aangekondigd. Besluiteloos stond ik daar, in de drup. Het was een end lopen naar huis, door een verlaten stuk semi- industrie- en kantorengebied tot aan een bushalte in Bos en Lommer. En dan maar afwachten of er een nachtbus komt. Hoegenaamd geen wenkend perspectief. Piepend in de rails kwam er nog een tram aanrijden. ‘Geen dienst’. Toch liep ik naar de chauffeur om te vragen of die wist of en hoe ik naar oud-West kon komen. De man keek me even aan en zei toen: ‘Stap maar in. Ik ga maar de remise, ik kom er zo goed als langs. Nee, betalen hoeft niet hoor. Ik heb geen dienst meer, haha. Ga maar lekker zitten.’
Ik ging zitten. We begonnen een praatje. Ik wees naar de beeldschermen voor zijn neus die de route in real time weergaven. Hij vertelde dat het er strak uitzag, maar dat zijn werk in het nieuwste trammodel oersaai was geworden. ‘Je hoeft alleen maar op een knop te drukken, verder gaat alles vanzelf. Ik zit hier dus maar te hangen. Dan duurt zo’n dienst lang hoor! Nee, geef mij maar de oudere modellen. Dan had je wat te doen. Dan had je een stuur in handen.’ Dat snapte ik.
Hij zette me vlak bij huis af. ‘Wel thuis, en slaap lekker. Dag!’ Ik liep door een stil parkje naar huis. Het regende hard. Ik rook de geur van het kinderboerderijvarken. Ik huppelde bijna van klein geluk.

Er blijkt in Nederland best nog plek

Er blijkt in Neerland best nog plek

voor mensen verjaagd van hun stek
door oorlog, hardvochtigheid en geweld
voor kinderen die zijn uitgeteld
voor moeders door soldaten verdreven
voor mannen die niet zijn achtergebleven

Kijk maar naar de Oekrainers
de Oekrainers zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Aan Irakezen hebben we lak
Afghanen negeren we met groot gemak
en Syriërs, ach Syrië daar zeggen we maar niks meer van
zoals we ook zwijgen over Myanmar, Yemen of een ander Verweggistan

En in Ter Apel lopen we niet te hard van stapel,
in ons veilige land lig je gewoon buiten
en naar mededogen of erkenning kan je fluiten

In de rest van ’t land houdt compassie ook geen stand
we hebben liever een datablokkendoos dan een opvanglocatie
en als je anders beweert ben je uit de volkse gratie
en uit de gratie is erg want dat kost je de macht
PVV gedachtegoed gemeengoed, wie had dat nou ooit gedacht

Behalve dan als het gaat om Oekrainers
want dat zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Die lijken op ons

Het herinneringarchief, map 761a

In de krant lees ik over de nieuwe transgenderwet en om onverklaarbare redenen gaat er een laatje open in de archiefkast van mijn geheugen. Een man, een aardige, welwillende en redelijk weldenkende man, geeft me ooit, serieus, te kennen dat je als vrouw je vrouwzijn niet volledig beleeft als je geen kinderen krijgt. Ik denk, tsjonge, interessant, en: zou dat zoiets zijn als dat je als man je manzijn niet totaal hebt ervaren als je nooit ten strijde getrokken bent, letterlijk, met geweer, helm en volledige bepakking de vijand tegemoet. Maar ik zeg niks, want humor leidt niet altijd de bliksem af.
Deze herinnering wordt op de voet gevolgd door deze: ik zit tegenover een gynaecoloog, een man die zichtbaar weinig zin heeft in de uitoefening van zijn vak. Ik ben eind dertig, en ik heb iets aan mijn baarmoeder wat mogelijkerwijs zou kunnen uitgroeien tot kanker, dus er moet iets worden weggesneden. Vervelend, maar helemaal niet ernstig.
Vraagt de man of ik kinderen heb. Nee, zeg ik. Zegt hij: als je maar niet straks met je laatste eitje naar mij komt rennen om te worden bevrucht. Wat je dan wilt is iets zeggen als: fat chance dat ik me door jou zou laten bevruchten, laatste eitje of niet. Stel dat mijn kind op jou lijkt… Of beter nog: in lachen uitbarsten en iets hikken als, doe normáál man, wat denk je wel…
Maar ik was natuurlijk gewoon weer met stomheid geslagen.

Ons landje kan wel anders, maar je moet het willen

Zelfs op nos.nl wordt nu gewag gemaakt van het gebrek aan creativiteit bij ambtenaren, die maar in oude patronen blijven denken. In dit geval op het ministerie van landbouw, maar ik durf wel te beweren dat het ‘overal’ zo is. Dus: meer creativiteit, echt ‘uit het doosje denken’ en ‘buiten de lijntjes kleuren’. Jee, wat zou dát een hoop schelen. Ideetje: elke ambtenaar (tijdelijk) voorzien van een kunstenaarsmaatje, zoals je bij anderen met een ‘gebrekje’, of zij die moeten herintreden, een coach/begeleider laat aanrukken, om ze andere kanten en manieren te laten beleven, zodat ook de lol terugkomt in het werk.

Thierry kom je buiten spelen…

Laatst zag ik voor het eerst sinds lang weer het NOS- journaal, en het ging over het baggeren tussen vasteland en Ameland om de vaarweg open te houden. En plots voelde ik: eureka! Forumland op Ameland! Alleen maar voordelen: de helft van de naamborden is al goed, als we niet meer baggeren hebben ze gelijk de zo felbegeerde afgesloten grens, tractoren van mogelijk protesterende Amelandse inlanders kunnen onze snelwegen niet meer bereiken. Er komt natuurlijk een evacuatieplan en eersteklas opvang en begeleiding voor vluchtelingen uit Ameland. Dat spreekt vanzelf. En compensatie ook, uiteraard. Fijne bijkomstigheid: we hoeven niet, tijdens het boodschappen doen of zo, op te botsen tegen in het gelid lopende Renaissanceschoolleerlingen. Maak er een republiekje van, of een koninkrijk voor mijn part.
Er ligt ook al een voorzet voor een volkslied: Thierry, Thierry, Thierry kom je buiten spelen? Thierry, sla voor ons de maat. Heb je nog gedachten om te delen? Het geeft niet dat het nergens op slaat. Op de wijs van het succesnummer van Bonnie St. Claire. Aan de tekst moet nog geschaafd, maar het basisidee ligt er. Nu doorpakken.