Wijk bij Duurstede

Op een stralende dag in de grote kerk van Wijk bij Duurstede, waar een boekentaxateur aan een tafel oude boeken beoordeelde, bepaalde wat ze waard zouden kunnen zijn, en ze, indien aankopenswaardig, aankocht. (Altijd vrolijkstemmend als een kerk wordt opengesteld voor zakelijke transacties); waar een Harrison & Harrison orgel, afkomstig uit de gesloten St Peter’s Church in Bishop Auckland (Durham) en naar Nederland gehaald om in oude luister te worden hersteld, nu nog deels in een restauratieatelier, en deels als pijpen en houtstaketsels in de kerk ligt te wachten tot het weer bespeeld kan worden; waar het grote orgel uit 1557 stamt, maar ouder kan zijn omdat in de rekeningen van het Sacramentsgilde uit 1468 al sprake is van een organist (volgens de website van de kerk) en waar de aardige koster ons naar boven liet klimmen om de prachtige kast rond de orgelpijpen van dichtbij te kunnen bewonderen.
Zacht nazomerlicht scheen er door kleine glazen ruitjes – niet gebrandschilderd of glas in lood want deze kerk is strak en gereformeerd en heel wit op een paar schilderijen, een minder goed gelukt modern wandkleed en een door vocht gemaakt ornament na. Vanaf de zitplaats van de organist was het uitzicht en vooral dat licht contemplatie opwekkend.

Hoog, Sammy, kijk omhoog…

De lucht boven het Vondelpark, op zaterdagochtend, rond een uur of acht.
De avond ervoor, ook tijdens een wandeling met Dinah, viel het me al op hoeveel vliegtuigen er over vlogen, op weg naar Schiphol, of er juist vanaf. En dat terwijl het zomervakantiehoogseizoen toch voorbij is.

Kargil naar Rangdum

De begletsjerde pieken verbergen zich achter en onder het wolkendek, alsof ze niet willen laten zien hoe ze zijn gekrompen. De wel zichtbare gletsjers die tot vlak bij de weg komen, tonen het smelten. Langzaam ploeteren we door de modder. Landslides, een enkele ernstig, het water maakt een glijbaan voor stenen, soms komen hele brokken naar beneden en blokkeren de weg. Op zo’n dag doe je schietgebedjes als weesgegroetjes voor de goden van water en wind, en ben je blij als je op je bestemming bent aangekomen.

Garages in Kargil

Het voordeel van reizen met een eigen auto die de sporen van een lang en gelukkig autoleven draagt – hij is 16 jaar oud, al 11 jaar in de familie en kent de weg over de hoge Himalaya als zijn broekzak – is, dat je op plekken komt waar je anders nooit aan toe zou komen: garages. Soms niet meer dan drabbige oliedoorweekte landjes waar je met bezwaard gemoed toch aan je auto laat sleutelen, soms ware tempels van vakmanschap en liefhebberij. Bandenspanning nakijken, luchtfilter schoonstofzuigen, ‘greasen’, regematig losgetrilde moeren vast laten draaien en lagers vervangen. Af en toe iets ook iets doehetzelven: aan elkaar binden met een snelbinder (de bladvering) of afplakken met sporttape (zwakke plekken in slangen).

Mulbekh, tussen Leh en Kargil

Mulbekh. Aan de weg van Leh en Kargil, niet ver van Wakha. Klein dorp, nondescript, als het mogelijk is om nondescript te zijn in de Himalaya.
Mulbekh is de moeite waard vanwege een uit een fors rotsblok gebeeldhouwde Boeddha van de toekomst (Chamba of Meytreya). In relief. Kunstig uitgehakt ergens in de 8ste eeuw. De bezoeker komt door een poortje op een binnenplaats, waar zij recht op de reuzenvoeten van de Boedha kijkt, en de nek flink moet forceren om omhoog langs de flanken, de armen en de borstkas in het met een serene glimlach getooide gelaat van de Boeddha te kunnen kijken. Er is een kloostertje, of eigenlijk is het meer een onderkomen voor de monnik van dienst die de statige majesteit van dit beeld moet beschermen tegen wat dan ook. Op de buitenmuren van het verblijf, zoals het hoort, schilderingen met de wachters van de vier windrichtingen. Binnen offerandes en meer schilderingen, goedmoedige nagas, daikinis en andere lieflijke vuurspuwers.