Nationale Spoorwegen

De NS (Nederlandse Spoorwegen) kondigt aan dat er binnenkort minder treinen gaan rijden. Er schijnen 500 machinisten te kort te zijn. Waarschijnlijk worden de kaartjes ook duurder. Maar – hoezee! – de benzineprijs gaat omlaag, en ook de diesel wordt goedkoper. Dat kost het rijk (ons dus) een aardige duit, maar dan heb je ook wat. Kan je gewoon je autootje blijven rijden, en hoef je niet op een tochtig station te wachten op een overvolle trein die eeuwig vertraagd is zodat je elke aansluiting mist. Je zóu natuurlijk ook, in plaats van dat autorijden te blijven stimuleren, goed openbaar vervoer kunnen organiseren, samen met de NS (Nationále Spoorwegen): meer treinen, goede dienstregeling, enthousiasmerende arbeidsvoorwaarden en serieus goedkoper dan de auto. Bespaar je op vervuilende fossiele brandstof, heb je blije werknemers, en de ‘mensen voelen het minder in de portemonnee’. En van die drie vooral de laatste…
Bussen terug op het platteland waar geen stationnetjes zijn – beter nog: rails verlengen, station aanleggen, elk gehucht een spoor en een halte, elke uithoek bereikbaar met het OV (Ons Vervoer). Moet toch kunnen, lijkt me, en we hebben de Russen én de Arabieren ermee. Maar nee, we tuffen liever in ons ouwe Fordje of Toyotaatje van file naar file, want dat is ons verworven recht. We slempen lui en gemakzuchtig, onze centen tellend, richting afgrond, en, balancerend aan de rand van de klif, piepen we met onze laatste adem: ‘we moeten aan de toekomst denken, voor onze kinderen’.

Ik ga maar eens serieus nadenken over de aanschaf van een auto. Meedansend op de vulkaan ontsnappen aan de benauwdheid om mij heen en in mijzelf.

Het geluk is ver te zoeken

Nederland is gewoon nog veel te aantrekkelijk voor asielzoekers, en dat heeft een aanzuigende werking. Maatregelen zijn noodzakelijk, want wij schamen ons wel voor de ontstane situatie. Aldus de minister-president en zijn kabinet. (Wij schamen ons is het nieuwe sorry). Er komt derhalve een voorlopige stop op gezinshereniging, want bijvoorbeeld Syriërs sturen hun kinderen vooruit, om dan zelf na te kunnen reizen. Dat nareizen mag vanaf nu pas als er een huis beschikbaar is. Daartoe worden sociale huurwoningen – voor zover die niet verkocht zijn – ter beschikking gesteld. En flexwoningen gebouwd. Wat, waar en hoe komt nog niet zo uit de verf. (Ze mogen dus wel komen, zegt de verantwoordelijke bewindsman, alleen wat later).
Meer grenswachters, want dat is een heel goede manier om de mensensmokkel te beperken, en daarmee dam je de asielstroom in. (Mooi meegenomen ook voor extreemrechts, want eigen grenzen met bewakers in strakke uniformen, daar dromen ze van). En onwillige gemeentes niet meer dwingen om in leegstaande panden vluchtelingen, asielzoekers, gelukzoekers, veiligelanders of op andere wijze aangespoelde mensen op te vangen. Overlastgevers – je weet wel, van die groepjes kansloze profiteurs die van azc naar azc zwerven – als ze niet illegaal in de kassen tomaten aan het plukken zijn – en die maar niet naar hun belabberd arme en ellendige thuis terug willen – moeten versneld kunnen worden weggewerkt.
Ziehier de oplossingen – zeg maar lapmiddelen, want het probleem is ‘structureel’- voor een vakkundig, bewust en expres gecreëerde crisis.
Ergens zei iemand: als je oorlog of zo ontvlucht bent, is buiten slapen toch niet zo erg. Of: als buiten slapen zo erg is, valt het daar waar ze vandaan komen wel mee. En: een dode baby, ja, dan heb ik zoiets van: je gaat toch zelf op reis met zo’n klein kind…
Onder aanvoering van personen-wiens-namen-niet-genoemd-mogen-worden en hun handlangers zwalkt een groot deel van ons weldoorvoedde, van verre vliegvakanties en/of luxe staycations uitgerustte, op terrasjes bijtankende, nog snel even een feestoutfit scorende, over de hoge energieprijzen en dat dan de airo soms niet aan kan dreutelende, koopkrachtcompensatie eisende, empathieloze, steeds egocentrischer wordende volkje richting de rand van de (morele) afgrond.
Lees, als je dat nog niet deed, het buitengewoon goede boek van Linda Polman:
‘Niemand wil ze hebben. Europa en zijn vluchtelingen’. Dat boek geeft je inzicht in het waarom van deze ‘crisis’. Inzicht om je verdriet op te laten steunen.

https://www.uitgeverijjurgenmaas.nl/product/niemand-wil-ze-hebben-europa-en-zijn-vluchtelingen/

Albergen, gemeente Tubbergen

En ik maar denken dat de dorpen zo te lijden hebben onder leegloop, sluitende scholen, noodlijdende voorzieningen, voetbalteams van zes jochies (m/v/o) vanwege gebrek aan spelertjes, failliete winkels en nergens een agent te bekennen…
En dan krijg je d’r als dorp dan in één klap een half dorp bij, mensen in de bloei van hun leven, gemotiveerd ook, doorzetters … is het wéér niet goed … te veel mensen, heet het dan. Maar eigenlijk is het natuurlijk: te-veel-niet-ons-soort-mensen. De garens die rechts hierbij spint, beetje geholpen door jojo Pieter O[mtzigt] … de ruwe wolhandelaren kunnen de vraag niet aan!

(Vanwege de crisis in de vluchtelingenopvang en de onwil van Nederlandse gemeenten om opvangplekken ter beschikking te stellen voor de al weken bij het azc in ter Apel buiten bivakkerende mensen, besloot de regering in te grijpen en een leegstaand hotel in Albergen aan te wijzen als opvanglocatie. Dat vonden de dorpelingen niet ‘gezellig’, de dorpelingen – daarbij gesteund door hun burgemeester – wilden geen andersgekleurde medemensen in het leegstaande hotel, want dan zou hun comfortabele leefruimte onherstelbaar van kleur verschieten, en dan ook nog die overlast, al die rondhangende mensen, en die etensluchtjes…)

Corona blues

ja hoor, ’t is heel erg, al die ziektes
en al het andere kleinmenselijk leed
maar zoom je uit naar een iets groter plaatje
dan heb je pas echt door wat of er scheelt

want
in een vloek en een zucht
worden bossen geveld
bij het witte neushoorns tellen
ben je in één tel al helemaal uitgeteld
en het inventariseren van grizzlyberen
hoef je ook niet over weken uit te smeren
dat is in no time klaar
want er zijn er nog maar een paar
of wat te denken van de Ibex of van Irrawaddy dolfijnen
precies: ook die zijn in rap tempo aan het verdwijnen

al wat leeft dat legt het af
de wereld één groot massagraf
alleen de mens blijft overend
narcistisch, egoïstisch en door en door verwend

want
ook al wordt het alsmaar droger en warmer
en worden we dagelijks honderden soorten armer
we slempen en feesten en reizen maar door
we werken er tenslotte hard genoeg voor
ach ja, al die soorten en, o jee, die planeet
wat zou het, na ons de zondvloed, het interesseert ons geen…

Van het hemd en de rok

Vaak hoorde ik de laatste weken: het hemd is nou eenmaal nader dan de rok, en: wat je herkent, help je eerder. En dat als verklaring voor de relatief open armen waarmee Oekraïense vluchtelingen worden verwelkomd en opgevangen, in tegenstelling tot, zeg maar Afghanen. Nou weet ik niet zoveel van dat hemd en die rok, maar dat je eerder helpt wat je herkent?
Ik meen me te herinneren dat we jarenlang troepen en materieel stuurden naar Afghanistan, omdat daar een onverkwikkelijk regime de vrije wereld bedreigde en ook een affront was voor onze verlichte idealen. Gewapenderwijs gingen we uit helpen, gesanctioneerd door onze volksvertegenwoordigers. We trokken ten strijde aan de zijde van hen die zich in ons kamp, het kamp van de vrije wereld, wilde scharen, of dat nou voormalige krijgsheren-cum-beulsknechten waren of vooruitgeschoven marionetten, daar maalden we niet om, onze missie was: de Afghanen helpen bij hun bevrijding. Terwijl we, als we die hemd en rok-herkenning redenering weer even van stal halen, niet verder van huis konden zijn dan daar in Afganistan. Wat ook wel bleek, toen de interventie toch mislukte en de Afghaan -van bondgenoot in vluchteling veranderd – onze open armen echt nodig had. Toen zaten we vol, en bovendien: zij zijn zo ánders, qua hemd en rok en waarden en normen, en, nou ja, alles eigenlijk. Dat kan zelfs een kind zien…
Voor Oekrainers zijn we niet vol. En dat is mooi en menselijk. Maar hélpen doen we niet. Daarvoor staat er teveel op het spel, zoals bijvoorbeeld ons eigen hachje.
Niet dat ik vind dat we er vol in moeten met ons ‘leger op de fiets’, maar het geeft wel te denken, op en over allerlei fronten.
In Afghanistan konden we oorlog voeren zonder dat we er hier iets van voelden, hooguit dat onze trots wat zwol. De prijs werd dáár betaald, behalve dan voor diegenen die kind, man of vrouw ‘in een doos’ terugkreeg. Voor hen kwam het heel dichtbij, die oorlog.
Nu brandt het aan onze eigen grenzen, en proberen we uit alle macht niet zelf vlam te vatten. En staan we, met onze armen open, ook een beetje in ons hemd.

James Bond-in-zwaar-weer

Soms schieten schaamteloze gedachten door mijn hoofd, soms zelfs al voor de dag goed en wel begonnen is:
Als het over Zelensky gaat, en door de aard der dingen gaat het vaak over Zelensky, wordt hij neergezet als onverschrokken leider, met een achtergrond als komiek, al wordt het steeds vaker acteur, alsof men alsnog aanvoelt dat ‘komiek’ niet echt in het plaatje past. In de beschrijving van zijn ongeschoren voorkomen en tors gehuld in legergroen t-shirt wordt de James-Bond-in-zwaar-weer romantiek nauwelijks verhuld. Morgen spreekt hij de Kamer toe. Forum is er niet bij. Die zijn natuurlijk bang dat hun voormannetjes met hun manierismetjes teveel afsteken bij de leider die, door de oorlog die hún voorbeeld en inspirator begonnen is, het nieuwe leiderschap waar iedereen naar zoekt belichaamt.
En dan denk ik: ik hoop niet dat onze gekozen vertegenwoordigers uit pure geinspireerdheid acteerlessen gaan volgen, als aanvulling op de mediatrainingen, om ‘beter over te komen’, en dan met baard van een dag of wat – gecoiffeerd, uiteraard, we zijn geen barbaren, en een t-shirtje aan proberen hun halfzachte boodschap een beetje heldendom mee te geven. (We herinneren ons Wopkes t-shirt tijdens de formatie en huiveren zacht)
En de vrouwen: weg met de hakken, de kinglouisstijljurkjes, de sjaaltjes, kraaltjes en reversprullaria, in gemodificeerd gevechtstenue aantreden om toch weer mank te gaan in de redenering, of te blijven hameren op de noodzaak van voldoende dierenartsen voor de opvang van vluchtelingendieren – wat na acteerles nóg gevoeliger overkomt.
En dan is, zoals ik al zei, de dag nog niet eens echt begonnen…

Een goed begin…

Ik was bij Eko plaza. Bij de deur én bij de kassa een groot plakkaat: mondkapje verplicht. In de winkel vier mensen die niet konden lezen, denk ik. Analfabetisme zie je niet aan de buitenkant hè … hoewel er was ook een redelijk duidelijke tekening die de aansporing vergezelde, maar ja, niet iedereen is beeldbegaafd.
Ik vroeg nog: goh, wat betekent ‘verplicht’? Maar niemand gaf antwoord.
Ik denk dat ‘verplicht’ ongeveer dezelfde status heeft als ‘verboden te betreden’; gaan wij Nederlanders ook direct van in de ‘mij zeg je niks’ stand, om terstond over het hek te klimmen of onder het prikkeldraad door te kruipen. Zo doen wij dat nou eenmaal … verzet zit in onze genen.
De pervert in mij verheugt zich nu al op de toekomstige dictatuur. Dat gaat een spannende tijd worden met werkelijk óveral verzetsstrijders met gezonde autonome geesten in gezonde autonome lichamen. Goede vijand die dat gaat breken …

Het liep tegen het nieuwe jaar…

Gisteren liep ik door de Kinkerstraat, van de markt richting de Bilderdijk langs een lange, lange rij geduldig wachtende mensen. Zo’n rij die bij de vorige lockdown wel voor de Action stond, maar dan langer. Er stonden geloof ik zelfs dranghekken. Aan een vriendelijk ogende dame vroeg ik waar ze zo gedwee voor in de rij stond. ‘De slager’, zei ze. ‘Ah, de slager, natuurlijk. Dank u’, zei ik. En ik dacht, jé-zus, die rij staat er voor de kiloknaller, want zo heet deze slagerij in de wandelgangen. Dier per kilo voor bodemprijzen. Die bio-industrie, dacht ik toen, die houdt het nog wel even.

Het weer is onzomers…

Het weer in onzomers, woelig, tergend en teisterend
de schamele oogst uit de moestuin illustreert
het gebrek aan zon en het teveel aan water
bramen verschrompelen aan hun struik
tomaten weigeren te kleuren
van de broccoli is de wortel verrot
of opgegeten door de larve van de broccoliwortelmot
de radijs wil niet bollen
het wortelloof plakt aan de drassige aarde
en de wijnrank schiet weliswaar omhoog
maar vruchten dragen: ho maar.

Dan ga je dus als vanzelf vragen stellen
waar je zo graag een antwoord op zou weten
terwijl elk antwoord de vraag overbodig maakt
en dus alles kapot…

Toch, aanzwellend als tinnitus
en dezelfde stoïcijnse attitude vergend,
zijn ze er: de vragen

wordt een bloem mooier als je haar naam kent;
een berg majestueuzer als je haar kunt benoemen;
krijgt iets meer betekenis als je weet waar je naar kijkt;
is de onbevangen blik te vangen in herinnering.

Kunnen we bestaan zonder taal?

Overpeinzing

mijn benen bungelen in het water
mijn haar hangt aan een wolk
zo gezeten tussen hemel een aarde
overpeins ik de situatie van het volk

bejaarden in een luier
koeien met ontstoken uier
ambtenaren zonder geweten
kinderen die ’s ochtends niet ontbeten

een vrouw krijgt een kogel vanwege de eer
een mallewap gaat tegen de wereld te keer
een kabinet valt maar blijft overeind
het laatste exemplaar van een diersoort verdwijnt

migranten die werken voor uitbuitingslonen
daklozen die zich nergens kunnen verschonen
een slutgeshamed meisje dat zich verhangt
iemand die alles al heeft en nog meer verlangt

mijn benen zijn stijf
mijn haar is geklit
het geeft ook geen pas
dat ik hier maar zo zit

dat peinzen is leuk maar wat doet het ertoe
wat maakt het nou uit, één zo’n kind, één zo’n koe
want wat is het dat we ten diepste willen met z’n allen:
op een terras aan het bier en tot na middernacht brallen.