Nationale Spoorwegen

De NS (Nederlandse Spoorwegen) kondigt aan dat er binnenkort minder treinen gaan rijden. Er schijnen 500 machinisten te kort te zijn. Waarschijnlijk worden de kaartjes ook duurder. Maar – hoezee! – de benzineprijs gaat omlaag, en ook de diesel wordt goedkoper. Dat kost het rijk (ons dus) een aardige duit, maar dan heb je ook wat. Kan je gewoon je autootje blijven rijden, en hoef je niet op een tochtig station te wachten op een overvolle trein die eeuwig vertraagd is zodat je elke aansluiting mist. Je zóu natuurlijk ook, in plaats van dat autorijden te blijven stimuleren, goed openbaar vervoer kunnen organiseren, samen met de NS (Nationále Spoorwegen): meer treinen, goede dienstregeling, enthousiasmerende arbeidsvoorwaarden en serieus goedkoper dan de auto. Bespaar je op vervuilende fossiele brandstof, heb je blije werknemers, en de ‘mensen voelen het minder in de portemonnee’. En van die drie vooral de laatste…
Bussen terug op het platteland waar geen stationnetjes zijn – beter nog: rails verlengen, station aanleggen, elk gehucht een spoor en een halte, elke uithoek bereikbaar met het OV (Ons Vervoer). Moet toch kunnen, lijkt me, en we hebben de Russen én de Arabieren ermee. Maar nee, we tuffen liever in ons ouwe Fordje of Toyotaatje van file naar file, want dat is ons verworven recht. We slempen lui en gemakzuchtig, onze centen tellend, richting afgrond, en, balancerend aan de rand van de klif, piepen we met onze laatste adem: ‘we moeten aan de toekomst denken, voor onze kinderen’.

Ik ga maar eens serieus nadenken over de aanschaf van een auto. Meedansend op de vulkaan ontsnappen aan de benauwdheid om mij heen en in mijzelf.

Klein geluk

Gisteravond. Het was laat en donker. Het regende pijpestelen en ik was moe. Op Station Sloterdijk reden twee trams aan met ‘geen dienst’ erop. Ook de bus die ik dacht te nemen blinkte ‘geen dienst’ boven de voorruit. Ik liep van bord naar bord, maar nergens werd een nachtbus aangekondigd. Besluiteloos stond ik daar, in de drup. Het was een end lopen naar huis, door een verlaten stuk semi- industrie- en kantorengebied tot aan een bushalte in Bos en Lommer. En dan maar afwachten of er een nachtbus komt. Hoegenaamd geen wenkend perspectief. Piepend in de rails kwam er nog een tram aanrijden. ‘Geen dienst’. Toch liep ik naar de chauffeur om te vragen of die wist of en hoe ik naar oud-West kon komen. De man keek me even aan en zei toen: ‘Stap maar in. Ik ga maar de remise, ik kom er zo goed als langs. Nee, betalen hoeft niet hoor. Ik heb geen dienst meer, haha. Ga maar lekker zitten.’
Ik ging zitten. We begonnen een praatje. Ik wees naar de beeldschermen voor zijn neus die de route in real time weergaven. Hij vertelde dat het er strak uitzag, maar dat zijn werk in het nieuwste trammodel oersaai was geworden. ‘Je hoeft alleen maar op een knop te drukken, verder gaat alles vanzelf. Ik zit hier dus maar te hangen. Dan duurt zo’n dienst lang hoor! Nee, geef mij maar de oudere modellen. Dan had je wat te doen. Dan had je een stuur in handen.’ Dat snapte ik.
Hij zette me vlak bij huis af. ‘Wel thuis, en slaap lekker. Dag!’ Ik liep door een stil parkje naar huis. Het regende hard. Ik rook de geur van het kinderboerderijvarken. Ik huppelde bijna van klein geluk.

Er blijkt in Nederland best nog plek

Er blijkt in Neerland best nog plek

voor mensen verjaagd van hun stek
door oorlog, hardvochtigheid en geweld
voor kinderen die zijn uitgeteld
voor moeders door soldaten verdreven
voor mannen die niet zijn achtergebleven

Kijk maar naar de Oekrainers
de Oekrainers zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Aan Irakezen hebben we lak
Afghanen negeren we met groot gemak
en Syriërs, ach Syrië daar zeggen we maar niks meer van
zoals we ook zwijgen over Myanmar, Yemen of een ander Verweggistan

En in Ter Apel lopen we niet te hard van stapel,
in ons veilige land lig je gewoon buiten
en naar mededogen of erkenning kan je fluiten

In de rest van ’t land houdt compassie ook geen stand
we hebben liever een datablokkendoos dan een opvanglocatie
en als je anders beweert ben je uit de volkse gratie
en uit de gratie is erg want dat kost je de macht
PVV gedachtegoed gemeengoed, wie had dat nou ooit gedacht

Behalve dan als het gaat om Oekrainers
want dat zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Die lijken op ons

Het herinneringarchief, map 761a

In de krant lees ik over de nieuwe transgenderwet en om onverklaarbare redenen gaat er een laatje open in de archiefkast van mijn geheugen. Een man, een aardige, welwillende en redelijk weldenkende man, geeft me ooit, serieus, te kennen dat je als vrouw je vrouwzijn niet volledig beleeft als je geen kinderen krijgt. Ik denk, tsjonge, interessant, en: zou dat zoiets zijn als dat je als man je manzijn niet totaal hebt ervaren als je nooit ten strijde getrokken bent, letterlijk, met geweer, helm en volledige bepakking de vijand tegemoet. Maar ik zeg niks, want humor leidt niet altijd de bliksem af.
Deze herinnering wordt op de voet gevolgd door deze: ik zit tegenover een gynaecoloog, een man die zichtbaar weinig zin heeft in de uitoefening van zijn vak. Ik ben eind dertig, en ik heb iets aan mijn baarmoeder wat mogelijkerwijs zou kunnen uitgroeien tot kanker, dus er moet iets worden weggesneden. Vervelend, maar helemaal niet ernstig.
Vraagt de man of ik kinderen heb. Nee, zeg ik. Zegt hij: als je maar niet straks met je laatste eitje naar mij komt rennen om te worden bevrucht. Wat je dan wilt is iets zeggen als: fat chance dat ik me door jou zou laten bevruchten, laatste eitje of niet. Stel dat mijn kind op jou lijkt… Of beter nog: in lachen uitbarsten en iets hikken als, doe normáál man, wat denk je wel…
Maar ik was natuurlijk gewoon weer met stomheid geslagen.

Ons landje kan wel anders, maar je moet het willen

Zelfs op nos.nl wordt nu gewag gemaakt van het gebrek aan creativiteit bij ambtenaren, die maar in oude patronen blijven denken. In dit geval op het ministerie van landbouw, maar ik durf wel te beweren dat het ‘overal’ zo is. Dus: meer creativiteit, echt ‘uit het doosje denken’ en ‘buiten de lijntjes kleuren’. Jee, wat zou dát een hoop schelen. Ideetje: elke ambtenaar (tijdelijk) voorzien van een kunstenaarsmaatje, zoals je bij anderen met een ‘gebrekje’, of zij die moeten herintreden, een coach/begeleider laat aanrukken, om ze andere kanten en manieren te laten beleven, zodat ook de lol terugkomt in het werk.

Het geluk is ver te zoeken

Nederland is gewoon nog veel te aantrekkelijk voor asielzoekers, en dat heeft een aanzuigende werking. Maatregelen zijn noodzakelijk, want wij schamen ons wel voor de ontstane situatie. Aldus de minister-president en zijn kabinet. (Wij schamen ons is het nieuwe sorry). Er komt derhalve een voorlopige stop op gezinshereniging, want bijvoorbeeld Syriërs sturen hun kinderen vooruit, om dan zelf na te kunnen reizen. Dat nareizen mag vanaf nu pas als er een huis beschikbaar is. Daartoe worden sociale huurwoningen – voor zover die niet verkocht zijn – ter beschikking gesteld. En flexwoningen gebouwd. Wat, waar en hoe komt nog niet zo uit de verf. (Ze mogen dus wel komen, zegt de verantwoordelijke bewindsman, alleen wat later).
Meer grenswachters, want dat is een heel goede manier om de mensensmokkel te beperken, en daarmee dam je de asielstroom in. (Mooi meegenomen ook voor extreemrechts, want eigen grenzen met bewakers in strakke uniformen, daar dromen ze van). En onwillige gemeentes niet meer dwingen om in leegstaande panden vluchtelingen, asielzoekers, gelukzoekers, veiligelanders of op andere wijze aangespoelde mensen op te vangen. Overlastgevers – je weet wel, van die groepjes kansloze profiteurs die van azc naar azc zwerven – als ze niet illegaal in de kassen tomaten aan het plukken zijn – en die maar niet naar hun belabberd arme en ellendige thuis terug willen – moeten versneld kunnen worden weggewerkt.
Ziehier de oplossingen – zeg maar lapmiddelen, want het probleem is ‘structureel’- voor een vakkundig, bewust en expres gecreëerde crisis.
Ergens zei iemand: als je oorlog of zo ontvlucht bent, is buiten slapen toch niet zo erg. Of: als buiten slapen zo erg is, valt het daar waar ze vandaan komen wel mee. En: een dode baby, ja, dan heb ik zoiets van: je gaat toch zelf op reis met zo’n klein kind…
Onder aanvoering van personen-wiens-namen-niet-genoemd-mogen-worden en hun handlangers zwalkt een groot deel van ons weldoorvoedde, van verre vliegvakanties en/of luxe staycations uitgerustte, op terrasjes bijtankende, nog snel even een feestoutfit scorende, over de hoge energieprijzen en dat dan de airo soms niet aan kan dreutelende, koopkrachtcompensatie eisende, empathieloze, steeds egocentrischer wordende volkje richting de rand van de (morele) afgrond.
Lees, als je dat nog niet deed, het buitengewoon goede boek van Linda Polman:
‘Niemand wil ze hebben. Europa en zijn vluchtelingen’. Dat boek geeft je inzicht in het waarom van deze ‘crisis’. Inzicht om je verdriet op te laten steunen.

https://www.uitgeverijjurgenmaas.nl/product/niemand-wil-ze-hebben-europa-en-zijn-vluchtelingen/

Op straat…

Kind (krijsend): ‘auto, auto.’ Prikkerig wijzend mollig vingertje.
Mama (rustig): ‘nee, Sammie, dat is geen auto, dat is een mevrouw.’
De mevrouw in kwestie schiet verschrikt een modezaak in en mama sleurt haar nadreinende en ‘auto, auto’ pruttelende Sammie naar de overkant van de straat. Het kind kijkt niet omhoog.
Dat is de tweede l.o.l. voor vandaag. De eerste was op weg naar de markt. Een schermutseling tussen een pakketbezorger in zijn bestelbus en een snelle-autopatser. Pakketbezorger timide, snelle-autopatser uit z’n open dak. Bestelbus rijdt achteruit, geeft snelle-autopatser de ruimte, waarna ik een steeds rodere en bozere snelle-autopatser kan volgen in het nergens op uitkomende doolhof rond de opengebroken hoofdstraat. Zijn blonde vriendin naast hem zichtbaar gegeneerd, ondanks ongetwijfeld de gewenning.
Het wordt een mooie dag.

Albergen, gemeente Tubbergen

En ik maar denken dat de dorpen zo te lijden hebben onder leegloop, sluitende scholen, noodlijdende voorzieningen, voetbalteams van zes jochies (m/v/o) vanwege gebrek aan spelertjes, failliete winkels en nergens een agent te bekennen…
En dan krijg je d’r als dorp dan in één klap een half dorp bij, mensen in de bloei van hun leven, gemotiveerd ook, doorzetters … is het wéér niet goed … te veel mensen, heet het dan. Maar eigenlijk is het natuurlijk: te-veel-niet-ons-soort-mensen. De garens die rechts hierbij spint, beetje geholpen door jojo Pieter O[mtzigt] … de ruwe wolhandelaren kunnen de vraag niet aan!

(Vanwege de crisis in de vluchtelingenopvang en de onwil van Nederlandse gemeenten om opvangplekken ter beschikking te stellen voor de al weken bij het azc in ter Apel buiten bivakkerende mensen, besloot de regering in te grijpen en een leegstaand hotel in Albergen aan te wijzen als opvanglocatie. Dat vonden de dorpelingen niet ‘gezellig’, de dorpelingen – daarbij gesteund door hun burgemeester – wilden geen andersgekleurde medemensen in het leegstaande hotel, want dan zou hun comfortabele leefruimte onherstelbaar van kleur verschieten, en dan ook nog die overlast, al die rondhangende mensen, en die etensluchtjes…)

Zulke dingen konden toen nog

Ooit woonde ik heel even in een kibboets in de Negev woestijn in Israël. Nu niet meer voor te stellen dat je dat doet, je vrijwillig inzetten voor zo’n abjecte, onderdrukkende staat, maar toen – het was nog voor de eerste Intifada – toen kon het nog, net. Vanwege mijn hoogrode konen en druipend gezweet bij het bollen rapen in de woestijn, werd ik wegens potentieel gezondheidsbelemmerende oververhitting te werk gesteld in de keuken. De radio speelde er regelmatig de tijdelijke tophit waarvan het refrein luidde: boom boom boom, let’s go back to my room, we can do it all night, I can make you feel right.
Het ging over soldaten bijna op weg naar het ‘front’. Die dingen onthoud je. Mijn verblijf in de keuken was kortstondig. Er was een aardappelschilmachine. Daar donderde je piepers in, flink wat water, en dan kwamen ze er na een tijdje geschrapt weer uit. Je kon er ook wortels in doen. Maar daar blijft dan niet veel van over…
Via het perzikken sorteren (lopende band) en knutselen met kleuters besloot ik, nadat ons duidelijk was gemaakt dat we beter niet mengden met de echte kibboetsim, dat vond ik stóm, en nadat ik meegegaan was op een patrouille in de omgeving en zag hoe de nomaden geintimideerd werden, besloot ik de kibboets te laten voor wat het ws, en het land te gaan bekijken: Jerusalem, Jericho, Tel Aviv, Bethlehem. Ik miste mijn terugvlucht. Mocht gratis op de volgende. Zulke dingen konden toen nog…

Corona blues – deel 3

De zin van ons bestaan

Wat is de zin van ons bestaan?
Is het almaar hoger op de maatschappelijke ladder stijgen
Zodat je steeds meer in bezit kan krijgen
Tweede huis, een tweede auto, en vooruit, een tweede kind
-hoewel je stiekem dat gedoe rond zo’n kind knap hinderlijk vindt-
Is het het najagen van gewin?
Geeft dat ons leven zin?

Wat is de zin van ons bestaan?
Is het dat we overal van alles zijn gaan ontdekken
Al die hulpbronnen die ons rijkdommen verstrekken
Dat we olie boren, ertsen mijnen, rivieren rechten en bossen laten verdwijnen
Is dat het doel waarnaar wij streven?
Is dat wat zin geeft aan ons leven?

Of ligt de zin van ons bestaan besloten
In het streven niet te veel mensen af te stoten
Een beetje lief te hebben en lief te zijn
Zonder rancune, afgunst of ander venijn
Gewoon vriendelijk door het bestaan te zweven
Zou dat de zin zijn van ons leven?