Een goed begin…

Ik was bij Eko plaza. Bij de deur én bij de kassa een groot plakkaat: mondkapje verplicht. In de winkel vier mensen die niet konden lezen, denk ik. Analfabetisme zie je niet aan de buitenkant hè … hoewel er was ook een redelijk duidelijke tekening die de aansporing vergezelde, maar ja, niet iedereen is beeldbegaafd.
Ik vroeg nog: goh, wat betekent ‘verplicht’? Maar niemand gaf antwoord.
Ik denk dat ‘verplicht’ ongeveer dezelfde status heeft als ‘verboden te betreden’; gaan wij Nederlanders ook direct van in de ‘mij zeg je niks’ stand, om terstond over het hek te klimmen of onder het prikkeldraad door te kruipen. Zo doen wij dat nou eenmaal … verzet zit in onze genen.
De pervert in mij verheugt zich nu al op de toekomstige dictatuur. Dat gaat een spannende tijd worden met werkelijk óveral verzetsstrijders met gezonde autonome geesten in gezonde autonome lichamen. Goede vijand die dat gaat breken …

Het liep tegen het nieuwe jaar…

Gisteren liep ik door de Kinkerstraat, van de markt richting de Bilderdijk langs een lange, lange rij geduldig wachtende mensen. Zo’n rij die bij de vorige lockdown wel voor de Action stond, maar dan langer. Er stonden geloof ik zelfs dranghekken. Aan een vriendelijk ogende dame vroeg ik waar ze zo gedwee voor in de rij stond. ‘De slager’, zei ze. ‘Ah, de slager, natuurlijk. Dank u’, zei ik. En ik dacht, jé-zus, die rij staat er voor de kiloknaller, want zo heet deze slagerij in de wandelgangen. Dier per kilo voor bodemprijzen. Die bio-industrie, dacht ik toen, die houdt het nog wel even.

Het weer is onzomers…

Het weer in onzomers, woelig, tergend en teisterend
de schamele oogst uit de moestuin illustreert
het gebrek aan zon en het teveel aan water
bramen verschrompelen aan hun struik
tomaten weigeren te kleuren
van de broccoli is de wortel verrot
of opgegeten door de larve van de broccoliwortelmot
de radijs wil niet bollen
het wortelloof plakt aan de drassige aarde
en de wijnrank schiet weliswaar omhoog
maar vruchten dragen: ho maar.

Dan ga je dus als vanzelf vragen stellen
waar je zo graag een antwoord op zou weten
terwijl elk antwoord de vraag overbodig maakt
en dus alles kapot…

Toch, aanzwellend als tinnitus
en dezelfde stoïcijnse attitude vergend,
zijn ze er: de vragen

wordt een bloem mooier als je haar naam kent;
een berg majestueuzer als je haar kunt benoemen;
krijgt iets meer betekenis als je weet waar je naar kijkt;
is de onbevangen blik te vangen in herinnering.

Kunnen we bestaan zonder taal?

Myanmar

Op deze herfstige zomerzondagochtend, terwijl de wind aan de druivenrank en de lathyrus voor mijn raam rukt, stormen door mijn hoofd herinneringen, wensen en verlangens aan en voor Myanmar, waar 8 8 88 alweer door zovele nieuwe uitbarstingen van verzet en moed is ingehaald, en waar het cyclische van hoop en wanhoop een heel eigen dimensie krijgt.

Overpeinzing

mijn benen bungelen in het water
mijn haar hangt aan een wolk
zo gezeten tussen hemel een aarde
overpeins ik de situatie van het volk

bejaarden in een luier
koeien met ontstoken uier
ambtenaren zonder geweten
kinderen die ’s ochtends niet ontbeten

een vrouw krijgt een kogel vanwege de eer
een mallewap gaat tegen de wereld te keer
een kabinet valt maar blijft overeind
het laatste exemplaar van een diersoort verdwijnt

migranten die werken voor uitbuitingslonen
daklozen die zich nergens kunnen verschonen
een slutgeshamed meisje dat zich verhangt
iemand die alles al heeft en nog meer verlangt

mijn benen zijn stijf
mijn haar is geklit
het geeft ook geen pas
dat ik hier maar zo zit

dat peinzen is leuk maar wat doet het ertoe
wat maakt het nou uit, één zo’n kind, één zo’n koe
want wat is het dat we ten diepste willen met z’n allen:
op een terras aan het bier en tot na middernacht brallen.