Nationale Spoorwegen

De NS (Nederlandse Spoorwegen) kondigt aan dat er binnenkort minder treinen gaan rijden. Er schijnen 500 machinisten te kort te zijn. Waarschijnlijk worden de kaartjes ook duurder. Maar – hoezee! – de benzineprijs gaat omlaag, en ook de diesel wordt goedkoper. Dat kost het rijk (ons dus) een aardige duit, maar dan heb je ook wat. Kan je gewoon je autootje blijven rijden, en hoef je niet op een tochtig station te wachten op een overvolle trein die eeuwig vertraagd is zodat je elke aansluiting mist. Je zóu natuurlijk ook, in plaats van dat autorijden te blijven stimuleren, goed openbaar vervoer kunnen organiseren, samen met de NS (Nationále Spoorwegen): meer treinen, goede dienstregeling, enthousiasmerende arbeidsvoorwaarden en serieus goedkoper dan de auto. Bespaar je op vervuilende fossiele brandstof, heb je blije werknemers, en de ‘mensen voelen het minder in de portemonnee’. En van die drie vooral de laatste…
Bussen terug op het platteland waar geen stationnetjes zijn – beter nog: rails verlengen, station aanleggen, elk gehucht een spoor en een halte, elke uithoek bereikbaar met het OV (Ons Vervoer). Moet toch kunnen, lijkt me, en we hebben de Russen én de Arabieren ermee. Maar nee, we tuffen liever in ons ouwe Fordje of Toyotaatje van file naar file, want dat is ons verworven recht. We slempen lui en gemakzuchtig, onze centen tellend, richting afgrond, en, balancerend aan de rand van de klif, piepen we met onze laatste adem: ‘we moeten aan de toekomst denken, voor onze kinderen’.

Ik ga maar eens serieus nadenken over de aanschaf van een auto. Meedansend op de vulkaan ontsnappen aan de benauwdheid om mij heen en in mijzelf.

Er blijkt in Nederland best nog plek

Er blijkt in Neerland best nog plek

voor mensen verjaagd van hun stek
door oorlog, hardvochtigheid en geweld
voor kinderen die zijn uitgeteld
voor moeders door soldaten verdreven
voor mannen die niet zijn achtergebleven

Kijk maar naar de Oekrainers
de Oekrainers zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Aan Irakezen hebben we lak
Afghanen negeren we met groot gemak
en Syriërs, ach Syrië daar zeggen we maar niks meer van
zoals we ook zwijgen over Myanmar, Yemen of een ander Verweggistan

En in Ter Apel lopen we niet te hard van stapel,
in ons veilige land lig je gewoon buiten
en naar mededogen of erkenning kan je fluiten

In de rest van ’t land houdt compassie ook geen stand
we hebben liever een datablokkendoos dan een opvanglocatie
en als je anders beweert ben je uit de volkse gratie
en uit de gratie is erg want dat kost je de macht
PVV gedachtegoed gemeengoed, wie had dat nou ooit gedacht

Behalve dan als het gaat om Oekrainers
want dat zijn de graag gezieners
de ze mogen best verdieners
de ze kunnen werken wel voor tieners
natuurlijk zijn die welkom
het zijn onze Oekrainers

Die lijken op ons

Het geluk is ver te zoeken

Nederland is gewoon nog veel te aantrekkelijk voor asielzoekers, en dat heeft een aanzuigende werking. Maatregelen zijn noodzakelijk, want wij schamen ons wel voor de ontstane situatie. Aldus de minister-president en zijn kabinet. (Wij schamen ons is het nieuwe sorry). Er komt derhalve een voorlopige stop op gezinshereniging, want bijvoorbeeld Syriërs sturen hun kinderen vooruit, om dan zelf na te kunnen reizen. Dat nareizen mag vanaf nu pas als er een huis beschikbaar is. Daartoe worden sociale huurwoningen – voor zover die niet verkocht zijn – ter beschikking gesteld. En flexwoningen gebouwd. Wat, waar en hoe komt nog niet zo uit de verf. (Ze mogen dus wel komen, zegt de verantwoordelijke bewindsman, alleen wat later).
Meer grenswachters, want dat is een heel goede manier om de mensensmokkel te beperken, en daarmee dam je de asielstroom in. (Mooi meegenomen ook voor extreemrechts, want eigen grenzen met bewakers in strakke uniformen, daar dromen ze van). En onwillige gemeentes niet meer dwingen om in leegstaande panden vluchtelingen, asielzoekers, gelukzoekers, veiligelanders of op andere wijze aangespoelde mensen op te vangen. Overlastgevers – je weet wel, van die groepjes kansloze profiteurs die van azc naar azc zwerven – als ze niet illegaal in de kassen tomaten aan het plukken zijn – en die maar niet naar hun belabberd arme en ellendige thuis terug willen – moeten versneld kunnen worden weggewerkt.
Ziehier de oplossingen – zeg maar lapmiddelen, want het probleem is ‘structureel’- voor een vakkundig, bewust en expres gecreëerde crisis.
Ergens zei iemand: als je oorlog of zo ontvlucht bent, is buiten slapen toch niet zo erg. Of: als buiten slapen zo erg is, valt het daar waar ze vandaan komen wel mee. En: een dode baby, ja, dan heb ik zoiets van: je gaat toch zelf op reis met zo’n klein kind…
Onder aanvoering van personen-wiens-namen-niet-genoemd-mogen-worden en hun handlangers zwalkt een groot deel van ons weldoorvoedde, van verre vliegvakanties en/of luxe staycations uitgerustte, op terrasjes bijtankende, nog snel even een feestoutfit scorende, over de hoge energieprijzen en dat dan de airo soms niet aan kan dreutelende, koopkrachtcompensatie eisende, empathieloze, steeds egocentrischer wordende volkje richting de rand van de (morele) afgrond.
Lees, als je dat nog niet deed, het buitengewoon goede boek van Linda Polman:
‘Niemand wil ze hebben. Europa en zijn vluchtelingen’. Dat boek geeft je inzicht in het waarom van deze ‘crisis’. Inzicht om je verdriet op te laten steunen.

https://www.uitgeverijjurgenmaas.nl/product/niemand-wil-ze-hebben-europa-en-zijn-vluchtelingen/

Albergen, gemeente Tubbergen

En ik maar denken dat de dorpen zo te lijden hebben onder leegloop, sluitende scholen, noodlijdende voorzieningen, voetbalteams van zes jochies (m/v/o) vanwege gebrek aan spelertjes, failliete winkels en nergens een agent te bekennen…
En dan krijg je d’r als dorp dan in één klap een half dorp bij, mensen in de bloei van hun leven, gemotiveerd ook, doorzetters … is het wéér niet goed … te veel mensen, heet het dan. Maar eigenlijk is het natuurlijk: te-veel-niet-ons-soort-mensen. De garens die rechts hierbij spint, beetje geholpen door jojo Pieter O[mtzigt] … de ruwe wolhandelaren kunnen de vraag niet aan!

(Vanwege de crisis in de vluchtelingenopvang en de onwil van Nederlandse gemeenten om opvangplekken ter beschikking te stellen voor de al weken bij het azc in ter Apel buiten bivakkerende mensen, besloot de regering in te grijpen en een leegstaand hotel in Albergen aan te wijzen als opvanglocatie. Dat vonden de dorpelingen niet ‘gezellig’, de dorpelingen – daarbij gesteund door hun burgemeester – wilden geen andersgekleurde medemensen in het leegstaande hotel, want dan zou hun comfortabele leefruimte onherstelbaar van kleur verschieten, en dan ook nog die overlast, al die rondhangende mensen, en die etensluchtjes…)

Van het hemd en de rok

Vaak hoorde ik de laatste weken: het hemd is nou eenmaal nader dan de rok, en: wat je herkent, help je eerder. En dat als verklaring voor de relatief open armen waarmee Oekraïense vluchtelingen worden verwelkomd en opgevangen, in tegenstelling tot, zeg maar Afghanen. Nou weet ik niet zoveel van dat hemd en die rok, maar dat je eerder helpt wat je herkent?
Ik meen me te herinneren dat we jarenlang troepen en materieel stuurden naar Afghanistan, omdat daar een onverkwikkelijk regime de vrije wereld bedreigde en ook een affront was voor onze verlichte idealen. Gewapenderwijs gingen we uit helpen, gesanctioneerd door onze volksvertegenwoordigers. We trokken ten strijde aan de zijde van hen die zich in ons kamp, het kamp van de vrije wereld, wilde scharen, of dat nou voormalige krijgsheren-cum-beulsknechten waren of vooruitgeschoven marionetten, daar maalden we niet om, onze missie was: de Afghanen helpen bij hun bevrijding. Terwijl we, als we die hemd en rok-herkenning redenering weer even van stal halen, niet verder van huis konden zijn dan daar in Afganistan. Wat ook wel bleek, toen de interventie toch mislukte en de Afghaan -van bondgenoot in vluchteling veranderd – onze open armen echt nodig had. Toen zaten we vol, en bovendien: zij zijn zo ánders, qua hemd en rok en waarden en normen, en, nou ja, alles eigenlijk. Dat kan zelfs een kind zien…
Voor Oekrainers zijn we niet vol. En dat is mooi en menselijk. Maar hélpen doen we niet. Daarvoor staat er teveel op het spel, zoals bijvoorbeeld ons eigen hachje.
Niet dat ik vind dat we er vol in moeten met ons ‘leger op de fiets’, maar het geeft wel te denken, op en over allerlei fronten.
In Afghanistan konden we oorlog voeren zonder dat we er hier iets van voelden, hooguit dat onze trots wat zwol. De prijs werd dáár betaald, behalve dan voor diegenen die kind, man of vrouw ‘in een doos’ terugkreeg. Voor hen kwam het heel dichtbij, die oorlog.
Nu brandt het aan onze eigen grenzen, en proberen we uit alle macht niet zelf vlam te vatten. En staan we, met onze armen open, ook een beetje in ons hemd.

James Bond-in-zwaar-weer

Soms schieten schaamteloze gedachten door mijn hoofd, soms zelfs al voor de dag goed en wel begonnen is:
Als het over Zelensky gaat, en door de aard der dingen gaat het vaak over Zelensky, wordt hij neergezet als onverschrokken leider, met een achtergrond als komiek, al wordt het steeds vaker acteur, alsof men alsnog aanvoelt dat ‘komiek’ niet echt in het plaatje past. In de beschrijving van zijn ongeschoren voorkomen en tors gehuld in legergroen t-shirt wordt de James-Bond-in-zwaar-weer romantiek nauwelijks verhuld. Morgen spreekt hij de Kamer toe. Forum is er niet bij. Die zijn natuurlijk bang dat hun voormannetjes met hun manierismetjes teveel afsteken bij de leider die, door de oorlog die hún voorbeeld en inspirator begonnen is, het nieuwe leiderschap waar iedereen naar zoekt belichaamt.
En dan denk ik: ik hoop niet dat onze gekozen vertegenwoordigers uit pure geinspireerdheid acteerlessen gaan volgen, als aanvulling op de mediatrainingen, om ‘beter over te komen’, en dan met baard van een dag of wat – gecoiffeerd, uiteraard, we zijn geen barbaren, en een t-shirtje aan proberen hun halfzachte boodschap een beetje heldendom mee te geven. (We herinneren ons Wopkes t-shirt tijdens de formatie en huiveren zacht)
En de vrouwen: weg met de hakken, de kinglouisstijljurkjes, de sjaaltjes, kraaltjes en reversprullaria, in gemodificeerd gevechtstenue aantreden om toch weer mank te gaan in de redenering, of te blijven hameren op de noodzaak van voldoende dierenartsen voor de opvang van vluchtelingendieren – wat na acteerles nóg gevoeliger overkomt.
En dan is, zoals ik al zei, de dag nog niet eens echt begonnen…

Genocide, maar we zoeken nog bewijs

Rot, wat ze met de Oeigoeren uithalen, echt wel, maar laten we het zuiver houden, en eerst een sematische discussie voeren over of het nou genocide is of toch misdaden tegen de menselijkheid, want dat kan je niet secuur genoeg afbakenen; laten we daarna toch maar gaan wintersporten, want ja, zo met corona en zo kunnen we alle spelen die er zijn goed gebruiken om ons nationale moraal op te vijzelen, en ondertussen handelen we door, want handel drijven dat hoort bij ons als schimmel bij voeten, paling bij snot en hans bij worst.
En straks, als de diepgaande onderzoeken gedaan zijn en de conclusies getrokken en er nog maar een handjevol gehavende Oeigoeren over zijn, dan zeggen we gewoon: sorry!’
oeigoeren genocide, maar geen bewijs

Femke, de boerka en de wet

De afgelopen jaren werkte ik in Myanmar, een land dat niet bepaald een stralend voorbeeld is van een rechtsstaat waar iedereen gelijk is voor de wet en waar wetten zonder aanziens des persoons worden uitgevoerd. In de gesprekken die ik daar voerde met activisten, ging het steevast over de rule of law, de rechtsstaat als basis voor vrijheid, gelijkheid en broederschap. Daar lijkt in eerste instantie weinig op af te dingen, maar al debatterende en onderzoekende kwamen mijn Myanmarese collega’s er allengs achter dat een rechtsstaat vraagt om rechtvaardige wetten, want, zo redeneerden ze, wat heeft het voor zin om je aan wetten te onderwerpen die je in angstige geknechtheid houden als je je aan een dictatuur aan het ontworstelen bent.
De campagnes die we daarop ontwierpen gingen over de noodzaak van rechtvaardige wetten, wetten die gemaakt waren als ondersteuning voor het grote verlangen naar vrijheid, gelijkheid, broederschap en rechtvaardigheid voor iedereen. Slaafse gehoorzaamheid aan onrechtvaardige wetten moest worden gekeerd met geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid.

Ik moest opnieuw aan deze discussies denken door de consternatie die burgemeester Halsema heeft veroorzaakt door te stellen dat het niet bij Amsterdam past om vrouwen met een boerka uit de tram te halen, en dat Amsterdam wat haar betreft het boerkaverbod (wet gedeeltelijk verbod gezicht bedekkende kleding) niet zal handhaven. Natuurlijk is de Nederlandse situatie niet te vergelijken met die in Myanmar. ‘Onze’ wetten worden gemaakt door een democratisch gekozen parlement en uitgevoerd door een apparaat dat min of meer transparant werkt en ter verantwoording kan worden geroepen. Ook dienen bestuurders zich aan de wet te houden en kunnen ze niet naar eigen inzicht grasduinen in de wetten om te zien welke ze willen uitvoeren en welke niet.

En toch blijft het knagen, dat boerkaverbod. Want wat als je het legt langs de meetlat voor rechtvaardige wetten? Is het rechtvaardig om pakweg 400 (en dat is een hele ruime schatting) burgers in Nederland het recht zich te kleden zoals ze dat wensen te ontzeggen omdat we gewend zijn geraakt aan terminologie als ‘kopvodden’ en ‘zandvrouwtjes’? Omdat het lekker makkelijk scoort bij het steeds rechtser wordende deel van het electoraat, en ook de gematigder partijen daar niet ongevoelig voor blijken, ondanks de mooipraterij over emancipatie van de moslima en dat we in Nederland allemaal meedoen; en dat meedoen nou eenmaal niet kan in al die lappen en dat de wet toch ook bivakmutsen en integraalhelmen verbiedt? Alsof je je kind van de crèche gaat halen met een bivakmuts aan, of in de wachtkamer van de dokter je integraalhelm lekker ophoudt.

Is het rechtvaardig om op basis van antipathie tegen een levensstijl de daarbij horende onwelgevallige kleding in de openbare ruimte te beboeten met maximaal € 410? Of is het toch de plicht van elke Nederlander, en dus ook van elke bestuurder, om zich te verzetten tegen onrechtvaardige maatregelen? Om te zeggen: niet onder mijn verantwoordelijkheid?
Een rechtsstaat heeft wetten nodig die bijdragen aan een rechtvaardige samenleving voor iedereen, met respect voor diversiteit en individuele keuzevrijheid die geen aantoonbare bedreiging vormt voor de samenleving. Iedere Nederlander heeft het recht om zich niet neer te leggen bij onrechtvaardige maatregelen, en zich vreedzaam te verzetten. Dat is het fundament van een vrije maatschappij.

(ook gepubliceerd op Joop.nl als ‘Bestuurder hoeft zich niet neer te leggen bij onrechtvaardige maatregelen’ )

‘Goed volk’

De dag is nog niet eens echt begonnen als ik lees dat Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD, gisteren op het congres van zijn partij een speech heeft gehouden. Dijkhoff, die er toch een beetje uitziet als een moderne parodie van een 19de eeuwse liberaal, en die een mudzak goodwill heeft vergaard door ooit het spelletje ‘de Slimste Mens’ te winnen, speechte dat de bijstandsuitkering wat hem betreft best omlaag kan. Uitkeringstrekkers zouden zich er meer van bewust moeten zijn dat hun uitkering opgebracht wordt door de hard werkende, belastingbetalende Nederlander. En dat ze er dus best iets voor terug kunnen doen. Dan worden ze weer ‘goed volk’, volk dat de Nederlandse waarden onderschrijft en zich nuttig maakt.

Vluchtelingen, zo oreert Dijkhoff in dezelfde voordracht, mogen hier verblijven om op adem te komen, maar ze moeten niet gaan denken dat ze zomaar permanent kunnen worden toegelaten. Na een aantal jaren ademhappen, moeten ze het veld ruimen voor anderen.

Terwijl ik met mijn hond door het park wandel probeer ik van de schrik te bekomen. Ik hoop op fake news, maar bij thuiskomt worden de berichten bevestigd en alle hoop de bodem in geslagen.

Bij een kop koffie neem ik de verdere Nieuwzen van de Dag: Bas Heijne stopt met zijn column. Eeuwig zonde, zijn stukjes zijn een helder houvast in deze duistere tijden. [Mijn buren zijn inmiddels wakker en plegen met hun geluidsoffensief een aanslag op mijn tolerantie. Gelukkig is het deze ochtend iets dat lijkt op opera in plaats van het gebruikelijke gedreun en gedram van techno, hiphop, rap of een zenuwslopende beat uit een doosje.]

Mijn humeur wordt beter wanneer ik lees dat Pegida in Utrecht geen varkens mag roosteren voor moskeeën tijdens de ramadan, en ondanks mijzelf verbaas ik me toch weer over het gegeven dat er dus mensen bestaan die het roosteren van varkens voor moskeeën tijdens de ramadan een goed idee vinden. Als toetje neem ik een interview met de gevallen engel Anne Fleur tot me, die van links activistische dappere jongedame nu een thuiszittend slachtoffer is van de te grote druk die op haar is uitgeoefend door zowel rechts als links, en die het nodig vindt te melden dat ze troost zocht en vond bij een aanhanger van het Forum voor Democratie met wie ze in de liefde is gevallen. Hetzelfde Forum voor Democratie dat de aanstichter was van alle ellende die haar de hals heeft gebroken. Met foto’s die getuigen van haar gekweldheid. Stockholmsyndroom? Ik had haar, als ik had mogen kiezen, deze keer toch echt beschermd. Tegen zichzelf, en tegen de rest.

Ploumen bij Jinek

Lilianne Ploumen zat maandagavond bij Eva Jinek aan tafel. Ze was in Bangladesh geweest, waar zo’n 650.000 Rohingya vluchtelingen opeengepakt zitten in onhoudbare omstandigheden. Wat ze gezien en gehoord had was verschrikkelijk: vermoorde baby’s, opgejaagde bejaarden, groepsverkrachting. Mensonterend.

Sinds eind augustus vorig jaar een groep militante Rohingya grensposten aanvielen, voert het leger van Myanmar een ‘schoonmaakactie’ uit, geholpen door burgermilities en gesteund door ultra-nationalistische boeddhistische monniken die beweren dat er in Myanmar geen plaats is voor moslims. De wereld reageert met verbijstering en woede; woede die zich vooral richt op Aung San Suu Kyi, die de Rohingya niet beschermt, en door haar hardnekkig zwijgen meehelpt aan hun uitstoting.
Ook Lilianne Ploumen is ontsteld: Rohingya vertelden haar dat ze bang zijn voor boeddhistische monniken, en dat boeddhisten dus helemaal niet vredelievend zijn, zoals wij in Nederland allemaal denken. Dat de boeddhisten in Myanmar streven naar een ‘zuivere’ staat en dat daarin geen plaats is voor moslims en andere minderheden. Volgens Ploumen willen wij graag op boeddhisten lijken, maar, zo houdt ze ons voor, op Birmese boeddhisten wil je echt niet lijken!
Het naïeve vooroordeel dat boeddhisten vredelievend zijn koppelen aan de suggestie van ontaardheid van Birmese boeddhisten is op zijn zachts gezegd ongenuanceerd. Ja, er zijn ultra-nationalistische monniken in Myanmar die haat zaaien tegen moslims. Ja, er zijn boeddhisten betrokken bij milities die de Rohingya verdrijven en hun dorpen in brand steken. Maar om alle boeddhisten in Myanmar te betichten van concrete steun voor geweld tegen Rohingya is een valse voorstelling van zaken. Bovendien is het ‘framen’ van de complexe situatie in Myanmar als een religieus conflict weinig constructief.

Niet alleen de Birmese boeddhisten voldoen niet aan Ploumen’s verwachtingen, ze is ook zwaar teleurgesteld in Aung San Suu Kyi. Analisten mogen dan beweren dat niet Aung San Suu Kyi, maar het leger de werkelijke macht in Myanmar in handen heeft, of dat ‘de Dame’ nu zwijgt om straks sterker terug te komen, maar dat gelooft de voormalige minister niet zo. Ze vindt dat Aung San Suu Kyi haar mond open moet doen en tegen de Rohingya moet zeggen: ‘beste mensen, jullie wonen hier al zo lang, jullie horen bij ons’.
Die kinderlijke voorstelling van zaken gaat voorbij aan de reële verhoudingen in Myanmar, waar de rol van het leger vast verankerd is in de grondwet en de dagelijkse politiek, het vredesproces met de rebellengroepen moeizaam voortploetert en de nieuwe burgerregering het politieke handwerk nog niet goed in de vingers heeft. Natuurlijk zou Aung San Suu Kyi vanuit haar morele leiderschap een principiëler positie kunnen (of moeten) innemen en de mensenrechten van alle inwoners van Myanmar moeten verdedigen, maar voorwenden dat als Suu Kyi maar zou roepen dat de Rohingya terug mogen komen alle problemen als vanzelf verdwijnen is simplistisch.

De ontzetting van Ploumen over de wandaden van het leger tegen de Rohingya lijkt oprecht, net als haar teleurstelling in Aung San Suu Kyi. Haar bewering dat ze, toen ze Aung San Suu Kyi in 2013 ontmoette, over de Rohingya is begonnen maar toen al geen sjoege kreeg, komt een stuk minder oprecht over.
In 2013 stond Aung San Suu Kyi ook internationaal nog stevig op het schild als leider van de democratische oppositie. De transitie was nog jong, en de eerste hervormingen onder leiding van een semi-civiele regering brachten minder censuur en meer vrijheden. Ploumen bezocht Myanmar toen als minister van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, met in haar kielzog een delegatie van Nederlandse bedrijven die een bloeiende democratische toekomst voor Myanmar zagen; zij gingen met hun investeringen en technische ondersteuning de economie en daarmee de democratie vooruit helpen. Mensenrechten waren daarbij wel belangrijk, maar geen speerpunt. In een situatie van omwenteling moet men ook vergissingen door de vingers kunnen zien. Dat de economie stevig in handen was, en nog steeds is, van het leger of aan het leger gelieerde bedrijven zette geen rem op de investeringsdrift. Ploumen opende een handelskantoor, handelsmissies werden gefaciliteerd en ontwikkelingssamenwerking werd gekoppeld aan het belang van het Nederlandse bedrijfsleven.
Het beleid van de Nederlandse regering, uitgevoerd door Ploumen, heeft schendingen van mensenrechten, en daarmee ook de vervolging van Rohingya, ten gunste van samenwerking en Nederlandse belangen door de vingers willen zien. Nu de crisis in Rakhine en de kampen in Bangladesh zo overweldigend groot zijn geworden, zou het verstandig zijn om samen met progressieve Birmezen naar een oplossing te zoeken, in plaats van te blijven steken in teleurstelling en verontwaardiging. Myanmar worstelt zich na decennia van dictatuur en burgeroorlog naar een meer democratische structuur. Dat moeizame proces ondersteunen zou de terugkeer van de Rohingya naar een menswaardig bestaan kunnen bespoedigen.

(ook gepubliceerd op Joop.nl)